Frans de Wit beeldhouwer Leiden, 1942 - 2004

 

FRANS3‘Back to basics’ zou als motto bij het werk van Frans de Wit gebruikt kunnen worden. Als beeldhouwer refereert hij voortdurend aan basisvormen en -principes. Geometrische kernwaarden – vierkant, driehoek, cirkel – zijn evenzeer uitgangspunten als de tegenstellingsparen gesloten-open, horizontaal-verticaal, hol-bol, organoïde -abstract. Het tarten van de zwaartekracht zodanig dat de spanning voelbaar is, maar ook werken met krachten die inherent zijn aan de gekozen materialen: het zoeken naar evenwicht. Metaal, steen, hout en beton worden in hun waarde gelaten; de identiteit van het materiaal is onderdeel van het werk. Het woord ‘werk’ in dubbele betekenis, niet alleen het eindresultaat telt, maar ook het aan dat resultaat afleesbare werkproces. De vormentaal van Frans de Wit is archaïsch, rudimentair en met die taal formuleert hij een universeel verhaal. Een verhaal van alle tijden en culturen, van mens en natuur. Zijn monumentale sculpturen – in Spaarnwoude en in Prins Alexander – zijn als prehistorische sites: ze hebben een functie die ons vreemd vertrouwd voorkomt.

Wouter Welling, 2008

 

Onder het tabblad werken zijn kunstwerken in de openbare ruimte, vrij werk, tekeningen en branddrukken te bekijken.

 

Opleiding

1960-1965, Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten, Den Haag

Docentschappen

1978-1988, Vrije Academie den Haag, Academie voor Beeldende Kunst Rotterdam, Vormstudie Bouwkunde TH Delft

Prijzen

Jacob Hartog-prijs, 1970 Stipendium ministerie van CRM, 1974 Betonprijs, voor kunstwerken in Spaarnwoude, 1993