Statuten van de Stichting

Artikel 1: Naam en zetel

  1. De stichting draagt de naam: Stichting beeldhouwer Frans de Wit.
  2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Leiden.

Artikel 2: Doel

  1. De stichting heeft ten doel:
    1. behoud van cultureel erfgoed;
    2. het geven van bekendheid aan het werk van de beeldhouwer Frans de Wit, geboren te Leiden op twee maart negentienhonderd twee en veertig en overleden te Leiden op tweeëntwintig juli tweeduizend vier, alsmede de manier van werken in die periode in Leiden, Lisse en Spaarnewoude, een en ander in de ruimste zin van het woord;
    3. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
  2. De stichting heeft niet ten doel het maken van winst.
  3. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
    1. het verzamelen en ordenen van gegevens;
    2. het opzetten en onderhouden van een website;
    3. het (doen) organiseren van tentoonstellingen, waaronder een grote overzicht tentoonstelling;
    4. het publiceren en (doen) uitgeven van boeken en geschriften;
    5. datgene te doen dat tot het bereiken van dit doel wenselijk en nuttig is.

Artikel 3: Geldmiddelen

  1. De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:bijdragen;
    1. schenkingen, erfstellingen en legaten;
    2. subsidies;
    3. opbrengst van belegde middelen;
    4. alle andere baten en inkomsten
  2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

Artikel 4: Bestuur: samenstelling, wijze van benoemen en aftreden.

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie en ten hoogste zeven bestuurders.
  2. De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester.
  3. Het bestuur kan als erefunctie een beschermheer of beschermvrouw benoemen en schorsen. De beschermheer of beschermvrouw is een persoon, die aan de stichting op bijzondere wijze materiële en morele steun verleent. Beschermheer/beschermvrouw geeft het bestuur, zowel gevraagd als ongevraagd advies en bewaakt de geest van Frans de Wit.
  4. De bestuurders worden benoemd voor een periode van drie jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend bestuurder is onmiddellijk en onbeperkt herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
  5. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.
  6. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
    1. door overlijden;
    2. door periodiek aftreden;
    3. door schriftelijk bedanken;
    4. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek
    5. door ontslag door het bestuur.
Een dergelijk besluit kan slechts worden genomen met tenminste twee/derde van de geldige stemmen in een vergadering van het bestuur waarin tenminste twee/derde gedeelte van het aantal bestuurleden aanwezig is. De aanwezigheid en de stem van het bestuurslid over wiens ontslag een besluit wordt genomen, telt voor het quorumvereiste en de besluitvorming niet mee

Artikel 5: Bestuur: taak en bevoegdheden

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, waaronder het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten als vermeld in artikel 291 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  3. Indien het bestuur niet voltallig is, behoudt het niettemin zijn bevoegdheden, onverminderd de verplichtingen van het bestuur om in de vacature te doen voorzien.

Artikel 6: Bestuur: vergaderingen

  1. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten.
  2. Voorts vergadert het bestuur zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee andere bestuursleden dit gewenst acht of achten.
  3. De secretaris roept het bestuur bij voorkeur acht werkdagen voor de vergadering schriftelijk, onder opgave van plaats, tijdstip en de agenda op tot vergadering opgeroepen.
  4. Na ontvangst van een verzoek tot het houden van een vergadering, als bedoeld in het slot van het tweede lid van dit artikel, is de secretaris verplicht de in het vorige lid bedoelde oproeping tot de vergadering binnen acht werkdagen nadien te verzenden.
  5. De secretaris draagt zorg dat van het verhandelde in de vergadering notulen worden opgemaakt, die in dezelfde vergadering dan wel in een volgende vergadering worden vastgesteld.

Artikel 7: Bestuur: besluitvorming

  1. Het bestuur is bevoegd zowel in als buiten vergaderingen besluiten te nemen.
  2. In het laatste geval is daartoe vereist, dat alle bestuursleden hun stem schriftelijk uitbrengen en met eenparigheid van stemmen.
  3. Ieder bestuurslid heeft één stem.
  4. Stemmen bij volmacht is niet toegestaan.
  5. Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, worden besluiten genomen met meerderheid van stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal zittende bestuursleden aanwezig is.
  6. Is in een vergadering niet ten minste de helft van het aantal zittende bestuursleden aanwezig, dan zal, met inachtneming van het in artikel 5 sub 3 bepaalde een tweede vergadering worden bijeengeroepen, te houden uiterlijk dertig dagen na de eerste, die dan ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden, mits met meerderheid van stemmen, een geldig zodanig besluit kan nemen.
  7. De stemmingen geschieden mondeling, tenzij een bestuurslid schriftelijke stemming verlangt.
  8. Mocht bij stemming over personen bij de eerste stemming geen meerderheid worden verkregen, dan zal een nieuwe stemming plaats hebben.
  9. Indien ook dan geen meerderheid verkregen wordt, zal bij een tussenstemming worden beslist tussen welke personen zal worde herstemd. Staken bij een tussenstemming of een herstemming de stemmen, dan beslist het lot.
  10. Indien een voorstel zaken betreft, wordt het bij staking van stemmen als verworpen beschouwd.
  11. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  12. In alle geschillen over stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering.

Artikel 8: Vertegenwoordiging

  1. De stichting wordt vertegenwoordigd door haar bestuur.
  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan de voorzitter samen met een ander bestuurslid.

Artikel 9: Boekjaar en jaarstukken

  1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. Het eerste boekjaar loopt vanaf heden tot en met éénendertig december daaropvolgend.
  2. De penningmeester legt uiterlijk in de maand mei van elk jaar aan het bestuur rekening en verantwoording af van het door hem in het voorafgaande boekjaar gevoerde beheer.
  3. Uiterlijk in de maand oktober stelt de penningmeester een begroting voor het volgende boekjaar op.

Artikel 10: Reglement

  1. Het bestuur is bevoegd een huishoudelijk reglement vast te stellen.
  2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

Artikel 11: Statutenwijziging, ontbinding en vereffening

  1. Het bestuur is bevoegd tot wijzigen van de statuten en tot ontbinding van de stichting.
  2. Een dergelijk besluit kan slechts worden genomen met tenminste twee/derde van de geldige stemmen in een vergadering van het bestuur waarin alle bestuursleden aanwezig zijn.
  3. Zijn in betreffende vergadering niet alle bestuursleden aanwezig, dan kan, met inachtneming van het in artikel 5 sub 3 bepaalde, een volgende vergadering, te houden uiterlijk dertig dagen na de eerste, hierover een besluit worden genomen met twee/derde van de geldige stemmen, ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden.
  4. De statutenwijziging komt op straffe van nietigheid tot stand bij notariële akte. Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te verlijden.
  5. Bij ontbinding van de stichting is het bestuur belast met de vereffening. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht In de stukken en aankondigingen, die van de stichting uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd: in liquidatie.
  6. Het besluit tot ontbinding moet inhouden de bestemming van een eventueel batig saldo, met dien verstande dat een batig saldo moet worden bestemd voor een doel dat het meest overeenstemt met het doel van de stichting.

Artikel 12: Handelsregister

  1. Het bestuur zorgt voor inschrijving van de stichting en van de bestuursleden in het handelsregister van Kamer van Koophandel Den Haag.

Artikel 13: Slotbepalingen

  1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.
  2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt.